pic De Bichon Frisé Hond pic
spacer

Rasbeschrijving van de Bichon Frisé

pic

Algemeen
De Bichon Frisé is een vierkant gebouwde, kleine, witte hond met een schofthoogte tussen de 25 en 30 cm, een zogenaamde toy. Afhankelijk van zijn bouw en formaat ligt zijn gewicht gemiddeld tussen de 4 en 6 kg. De Bichon Frisé toont echter door zijn zware vacht een stuk groter. Hij is energiek, zelfverzekerd en draagt op stijlvolle en charmante wijze zijn staart in een boogvormige pluim boven zijn rug. Het ras is sterk en vertoont weinig ziekten in vergelijking tot andere rassen.

De Bichon Frisé lijkt op een speelgoedbeest, een teddy beertje, maar hij is wel degelijk een echte hond. Net als iedere andere hond zal hij zich alleen door een juiste opvoeding en training tot een prettige huisgenoot ontwikkelen. Het verdient daarom aanbeveling met de pup een puppy cursus te volgen, zodra hij een maand of drie oud is. Niet alleen leert u de hond naar u te luisteren, maar wat minstens zo belangrijk is: uw hond leert op een sociale manier om te gaan met andere honden.

Karakter
De Bichon Frisé is een altijd blij en levendig hondje, met een heel lief en zachtaardig karakter. Het is bij uitstek een gezelschapshond. Het oorspronkelijk doel van het fokken van dit ras was niet de jacht of het hoeden van dieren, maar vanouds stond zijn functie als huisgenoot en kameraad op de eerste plaats. Trouw en liefde voor zijn baas vormen daarom belangrijke karaktereigenschappen van de Bichon Frisé. Hij is erg nieuwsgierig en bovendien zeer waaks. Buiten momenten van waakzaamheid blaft hij echter niet vaak. De Bichon Frisé is uitermate vrolijk, speels en vriendelijk van aard. Hij is zeer lief voor kinderen, is ontroerend voorzichtig met kleine kinderen en speelt graag met ze. Het is jammer, dat in Amerika foklijnen voorkomen die minder vriendelijk voor kinderen zijn.

De Bichon Frisé is erg aanhankelijk en probeert steeds in de nabijheid van zijn 'familie' te blijven. Hij heeft echter ook voldoende zelfvertrouwen om zonder problemen alleen thuis te blijven, men dient dit echter wel vanaf het begin te trainen.

De Bichon Frisé richt zich naar de leefwijze van zijn baas en zal daarin gelukkig zijn, of dat nu is op een flat of in een huis met grote tuin, of zijn baas hele einden met hem gaat wandelen of niet zo actief is, de Bichon Frisé past zich aan. De Bichon Frisé wil graag ieders aandacht trekken. Daarbij is hij zeer extravert en zijn staartje zal van blijdschap als een waaier op en neer kwispelen als hij iemand tegenkomt. Hij is dol op de genegenheid, veiligheid en het gezelschap dat de mensen om zich heen hem bieden. Wil men de ontwikkeling van zijn volledig temperament aanmoedigen, dan verdient het aanbeveling hem als pup veel te knuffelen, en hem een behaaglijk knus bedje te geven met een lief pluche speelgoedbeest waarmee hij kan slapen (N.B.: knip echter uit veiligheidsoogpunt van te voren harde uitsteeksels, zoals plastic neus en ogen uit het speelgoedbeest en naai het speelgoedbeest vervolgens weer dicht). Tenslotte maakt zijn hoge intelligentie de Bichon Frisé gemakkelijk te trainen. Daar moet men wel zo vroeg mogelijk mee beginnen.

Belangrijke raskenmerken
Eén van de kenmerken van de Bichon Frisé is zijn volle, dubbele vacht van wit zijdeachtig en zacht krullend haar. Het verdient aanbeveling om de vacht dagelijks te borstelen en te kammen, om klitten te voorkomen. Wordt de vacht niet geknipt dan groeit deze door. Ook als pup ontwikkelt de Bichon Frisé al snel een zware vacht. Daarbij zijn beige, abrikoos of grijze kleuringen aan de oren van de pup normaal, deze wijzen op toekomstig zwaar (=mooi) huidpigment zoals een pikzwarte neus en zwarte voetzolen. De kleuringen in de vacht verdwijnen als de hond ca. een jaar oud is. De vacht van de Bichon Frisé ruit niet, men behoeft dus niet het huis dagelijks te stofzuigen. Men kan de vacht van de Bichon Frisé vergelijken met het haar van de mens: men vindt wel dagelijks wat haar in de borstel, maar niet hele bossen. Ook heeft de Bichon Frisé geen huidschilfers. Samen met de Poedel behoort de Bichon Frisé daarom tot de enige twee hondenrassen die zonder al te veel gezondheidsrisico's ook door cara patiënten gehouden kunnen worden.

pic
Iris, 6 maanden niet geknipt

pic
Iris, geknipt

Ogen, neus en lippen van de Bichon Frisé behoren zwart te zijn, zwarte voetzolen vormen een extra kenmerk van schoonheid, evenals zwarte nagels, een donkere huid rond de ogen, donker gekleurde geslachtsdelen en pigmentvlekken op het lichaam. De Bichon Frisé heeft een helder donkerroze tongetje. Zijn oren hangen slap naar beneden en zijn bedekt met lang haar. Hij heeft een rond gezicht. Zijn lijfje is slank maar stevig, en zijn pootjes zijn middellang. Middellang wil zeggen langer dan van bijvoorbeeld een Maltezer of een Westie, maar korter dan de pootjes van een Poedel.

Voeding
De Bichon Frisé is klein, eet daarom weinig en is dus goedkoop in onderhoud. Men kan hem hondenbrokjes en/of blikvoeding geven, al dan niet in combinatie met wat vers gekookt vlees (bijvoorbeeld runderhart). Zoals voor alle dwergrassen geldt, dus ook voor de Bichon Frisé, is het verstandig om het eten te verdelen over twee maaltijden per dag.

Beweging
Iedere hond heeft dagelijks behoefte aan de nodige lichaamsbeweging. Aangezien de Bichon Frisé klein is, is het niet noodzakelijk dat men uren per dag met hem wandelt. Wel moet hij natuurlijk regelmatig (een volwassen hond 4 tot 5 maal per dag, een pup vaker) worden uitgelaten om zijn behoeften te doen. Ga je 's-avonds laat liever niet over straat, dan kun je de hond trainen om zijn behoeften in een bak te doen of in een plastic hondenmand met een krant erin, die je neerzet in de keuken of op het balkon. Naast het uitlaten is een dagelijkse wandeling van ongeveer een half uur (voor een pup niet langer dan een kwartiertje!) ruim voldoende. Wellicht heb je in het weekend wat meer tijd voor hem en kun je hem laten draven (na de leeftijd van 8 maanden!) in de bossen, duinen of langs het strand, hij vindt dat werkelijk schitterend! Tot de leeftijd van 8 maanden mag de Bichon Frisé hooguit een kwartiertje achter elkaar wandelen, anders is de kans groot dat hij patella luxatie krijgt, een ernstige gewrichtsaandoening waarbij de achterbenen van de pup zodanig gaan vergroeien dat de hond niet meer normaal kan lopen maar met zijn achterbenen stijf over de grond sleept.

Een Bichon Frisé kan ook voldoende spelen en rennen in een redelijk grote tuin. Zelfs flatbewoners kunnen hem houden, mits men regelmatig met hem naar een park of bos gaat. Een volwassen Bichon Frisé moet de mogelijkheid hebben om te draven, springen en spelen, waarbij hij al zijn spieren kan gebruiken. Wil je hem in het park of bos liever niet loslaten, dan kun je een zogenaamde flexi-lijn van 5 meter lengte gebruiken. Bij slecht weer kan het hondje ook binnen aan zijn trekken komen met wat leuk hondenspeelgoed; zo rent hij graag achter balletjes aan en kan zich hiermee uitstekend vermaken, ook in zijn eentje. Voor een pup kan de duur van het spelen aan hem zelf worden overgelaten: zodra hij moe is zal hij gaan rusten, dit is meestal na 10 minuten.

Vachtverzorging
Een zeer prettige eigenschap van de Bichon Frisé is, dat zijn vacht niet verhaart/ruit. Het niet ruien maar doorgroeien van de vacht, alsmede de zijdeachtige krullende structuur maken wel dat de verzorging van de vacht wat extra aandacht vraagt in vergelijking tot kortharige rassen. De vacht van een kort geknipte Bichon Frisé vergt evenwel niet veel verzorging, hooguit 10 minuutjes per dag. Meer over de vachtverzorging en het knippen van de vacht kun je hier lezen.

spacer

Rasstandaard opgesteld door de F.C.I.

Algemene verschijning
Een kleine hond, vrolijk en speels, levendig in zijn bewegingen, met een snuit van middelmatige lengte, lang spiraalvormig gelokt haar met losse krullen, gelijkend op de vacht van een Mongoolse geit. Het hoofd wordt hoog en fier gedragen, de donkere ogen zijn levendig en vol expressie.

Hoofd
De schedel is langer dan de snuit, in de verhouding van 8 tot 5 cm bij een hond waarvan de omtrek van de schedel in verhouding is met een schofthoogte van ongeveer 27 cm.
Neus - De neus is rond, goed zwart, zacht en glanzend.
Lippen - De lippen zijn fijn, tamelijk aansluitend, maar minder dan bij het Schipperke. De bovenlip valt net over de onderlip, maar mag nooit zwaar of afhangend zijn. De onderlip mag noch zwaar of uitgesproken zijn, noch slap, terwijl het tandvlees niet zichtbaar mag zijn als de mond gesloten is. Normaal gesproken zijn de lippen zwart gepigmenteerd.
Gebit - Het gebit is normaal, dat wil zeggen dat de ondertanden net achter de boventanden zijn geplaatst.
Snuit - De snuit mag niet dik of zwaar zijn, echter ook niet spits. De wangen zijn vlak en niet erg gespierd. De stop is nauwelijks aangeduid, de groef tussen de wenkbrauwbogen is licht zichtbaar.
Ogen - Zo donker mogelijk, omgeven met donkere oogleden. De vorm van de ogen is eerder rond dan amandelvormig; ze zijn niet schuin geplaatst, ze zijn levendig, niet te groot en ze laten geen oogwit zien. Ze zijn niet overdreven groot zoals de ogen van het Brussels Griffonnetje of de Pekingees; de oogkas mag niet uitpuilen. De oogbol mag evenmin op een overdreven manier naar voren komen.
Schedel - De schedel voelt bij het betasten nogal vlak aan, hoewel de vacht hem rond doet lijken.
Oren - De oren zijn afhangend, rijkelijk bedekt met lange krullende haren. Ze worden naar voren gedragen als de hond alert is, maar wel zodanig dat de voorkant van de oren de schedel raakt. De lengte van het kraakbeen van de oren mag niet tot aan de neus reiken, zoals bij de Poedel, maar stopt halverwege de snuit. Overigens zijn de oren ook minder breed en fijner dan die van de Poedel.

Lichaam
Hals - De hals is tamelijk lang en wordt hoog en fier gedragen. Hij is rond en dun in de nabijheid van de schedel, om zich geleidelijk te verbreden ten einde in de schouders te passen. De lengte van de hals is om en nabij 1/3 van de lengte van de romp (verhouding van 11 tot 33 cm voor een hond met een schofthoogte van 27 cm, waarbij het uiteinde van de schouderbladen als basis wordt genomen voor het meten van de schofthoogte).
Schouders - De schouders zijn tamelijk schuin geplaatst, niet prominent aanwezig, terwijl ze de indruk geven van gelijke lengte te zijn als de opperarm, ongeveer 10 cm. De opperarm in het bijzonder de elleboog mag niet naar buiten staan.
Voorbenen - De voorbenen zijn recht, van voren af gezien, met fijne botten. De gewrichten zijn kort en recht van voren af gezien, echter licht hellend vanaf de zijkant gezien. De nagels zijn bij voorkeur zwart, alhoewel dit een moeilijk te bereiken ideaal is.
Borst - De borst is goed ontwikkeld, de voorborst goed afgetekend. De ribben zijn goed gerond en niet plotseling eindigend. De borst heeft horizontaal gezien een tamelijk groot volume.
Flanken - De flanken zijn tamelijk opgetrokken, de huid van de flanken is dun en strak aansluitend, hetgeen het voorkomen als van een Windhond geeft.
Lendenen - De lendenen zijn breed en goed bespierd, licht gewelfd. Het bekken is breed, het stuitbeen licht gerond, de staart is iets lager aangezet dan bij de Poedel.
Achterbenen - De dijbenen staan wijd en zijn goed bespierd, de hoekingen zijn schuin, de spronggewrichten zijn meer gehoekt dan bij de Poedel, de voeten zijn goed gesloten.
Staart - De staart wordt normaal gesproken omhoog gedragen in een sierlijke boog over de rug, in de richting van de ruggegraat, echter zonder opgerold te zijn. De staart mag niet gecoupeerd worden. Hij mag de rug niet raken, echter de vacht van de staart mag wel over de rug vallen.
Pigmentatie - De pigmentatie van de huid onder de witte vacht is bij voorkeur donker; de geslachtsorganen zijn dan eveneens zwart, blauwachtig of beige gepigmenteerd, overeenkomend met de kleur van de pigmentvlekken die men vaak op het lichaam aantreft.
Vacht - Zuiver wit, fijn, zijdeachtig, spiraalvormig, met losse krullen, gelijkend op de vacht van de Mongoolse geit, noch plat noch gekoord en met een lengte van 7 tot 10 cm.
Toilet - De hond mag op Kampioenschapsshows worden voorgebracht met alleen de vacht van voeten en snuit geknipt.
Formaat - De schofthoogte mag niet meer dan 30 cm bedragen, waarbij de kleinere maten de voorkeur genieten.
Ernstige fouten - Diskwalificaties op Kampioenschapsshows: een zodanig onder- of bovenvoorbijtend gebit, dat de tanden elkaar niet meer raken. Roze neus, vleeskleurige lippen, bleke ogen, cryptorchisme, gerolde of schroef vormige staart, zwarte vlekken in de vacht.
Te vermijden fouten - Pigmentatie die zich zodanig heeft uitgebreid, dat zich in de vacht rosse vlekken hebben gevormd. Een vacht die steil is, of juist teveel gekruld, of gekoord of te kort geknipt. Monorchisme. Enige andere vorm van ondervoorbijten of bovenvoorbijten dan die welke hierboven zijn beschreven. Een hond die te laagbenig is of te kort van rug.

spacer

Home

All content of this website, including graphics and materials for the backgrounds, have been created by Anita Samsom from scratch. Copyright © 2001 - 2018.

www.anitasamsom.com