pic The Bichon Frise Dog pic
spacer

Historie van de Bichon Frisé

pic

De Bichon stamt, evenals de Poedel, af van het vroege type Water Spaniel, de Barbet (het Franse woord voor 'Spaniel'). Terwijl de Barbet een uitgesproken jachthond is, getraind in het apporteren van vogels uit rivieren en beekjes, ontwikkelde de veel kleinere Bichon (het Franse woord voor 'schatje' of 'schoothondje') zich tot een typische gezelschapshond.

Er bestaan vier verschillende variëteiten Bichons (in het Vlaams 'Leeuwtjes' genaamd), die tezamen de zgn. Barbichon-groep vormen: de Maltezer, de Bolognezer, de Havanezer en de Teneriffe. De Bichon Teneriffe heet sinds 1934 Bichon à poil Frisé oftewel Krulharig Leeuwtje. Overigens behoort ook de Petit Chien Lion (Leeuwhondje) tot de Barbichon-groep, terwijl de Coton de Tuléar (Katoenhondje) van deze rasgroep schijnt af te stammen.

Zoals het woord 'Barbichon' al zegt, vormen de Bichons de 'schoothond'-versie van de Barbet, waarbij deze laatste de voorloper vormt van de hedendaagse Spaniel. De Barbet is een Franse jachthond die wegens zijn dikke, lange, wollige vacht in de meest barre weersomstandigheden kon leven. Het is een sterke, geharde, onvermoeibare hond van minimaal 50 cm schofthoogte, vrij groot dus. De Barbet werd altijd beschouwd als een moedige, zeer intelligente hond, die opmerkelijk aan zijn baas is gehecht. Het is een waterhond bij uitstek, die vroeger werd gebruikt om op eenden en andere watervogels te jagen. Tegenwoordig is de Barbet zeer zeldzaam en komt buiten Frankrijk nauwelijks nog voor. De kleur van de Barbet is effen zwart, wit, kastanjekleurig, fawn of grijs. De structuur van de vacht lijkt op die van de Poedel. De bouw is echter anders en zwaarder dan die van de Poedel; de Barbet is een grote Bichon met lange benen.

pic
De Barbet, voorloper van de Bichon Frisé. De Barbet bestaat in veel verschillende kleuren, zoals de Poedel.

pic
De Bichon Frisé. In tegenstelling tot de Barbet, is het ras altijd wit van kleur. Hier zie je mijn hondje Iris.

In Europa komt de Bichon à poil Frisé (afgekort tot Bichon Frisé) van oorsprong uit Spanje en verspreidde zich in het gebied rond de Middellandse Zee. Het ras zelf is echter veel ouder en kwam al voor in het klassieke Egypte van vóór onze jaartelling. Afbeeldingen kan men vinden op sarcofagen en het schijnt dat de Egyptische keizerin Cleopatra diverse Bichons Frisé als gezelschapshondjes had. In de Middeleeuwen was de Bichon Frisé bijzonder populair. Toen de Fransen in de zestiende eeuw Italië binnenvielen, namen zij veel van deze hondjes als oorlogsbuit mee naar huis. Onder François I (1515-1547) verwierf de Bichon Frisé een gevestigde plaats aan het Franse hof en binnen adellijke kringen. De top van zijn populariteit was echter onder Henry III (1574-1589). Deze vorst was zo gehecht aan zijn Bichons Frisé, dat hij een buidel voor ze liet ontwerpen, die hij om zijn nek kon hangen. Op deze wijze had de Koning zijn geliefde hondjes altijd bij zich. In de voetsporen van de vorst omringden hofdames zich met dezelfde hondjes en droegen een Bichon Frisé met zich mee onder hun arm of gewikkeld in een sjaal. De Bichons aan het Britse hof werden behandeld alsof zij zelf van koninklijke bloede waren. Sedert de periode van de Renaissance stond dit ras bekend als de Bichon Teneriffe. Kennelijk brachten Spaanse zeelieden de hond vanuit het gebied rond de Middellandse Zee mee naar de Canarische eilanden. Van daaruit werd het ras opnieuw ingevoerd in Europa als gezelschapshondje voor de Spaanse en Italiaanse adel. Het hondje werd vaak afgebeeld op kunstwerken, zoals op schilderijen van de Spaanse kunstenaar Francisco José Goya. Ten tijde van de regering van Napoleon III (1852-1870) was de Bichon Frisé even populair aan het hof als drie eeuwen eerder onder Henry III.

Aan het begin van de 20e eeuw verloor het ras in hofkringen aan populariteit. Er werd geknoeid met fokken, het ras verbasterde en de van oudsher gekoesterde en verwende schoothondjes werden zwervertjes die hun kostje op straat bij elkaar moesten scharrelen; ook werden ze vaak gebruikt als circushondjes, omdat ze zoveel kunstjes kenden. Het zuivere ras van de Bichon Teneriffe werd op een gegeven moment zelfs met uitsterven bedreigd; dankzij een handjevol rasliefhebbers uit de jaren dertig van de vorige eeuw, is het gelukkig niet zover gekomen. Vervolgens won het ras weer aan populariteit. Daarbij kreeg de Bichon Teneriffe naast zijn rol als gezelschapshond een nieuwe functie in de maatschappij: die van blindegeleidehond. Ook werd de Bichon Teneriffe populair op hondenshows en in 1934 werden in Frankrijk voor het eerst standaardeisen voor dit ras opgesteld. De naam Bichon Teneriffe werd daarbij omgedoopt tot Bichon à poil Frisé, de Franse term voor krullerig of kroezig schoothondje. Vervolgens won de Bichon Frisé vooral in België aan populariteit, waardoor de F.C.I., de Internationale Kynologen Federatie, de Bichon Frisé officieel een Frans-Belgisch ras noemt.

In de jaren vijftig van de 20e eeuw werd de Bichon Frisé ingevoerd in de Verenigde Staten van Amerika, en behoort daar thans tot één van de populairste hondenrassen. In Nederland echter is de Bichon Frisé altijd een zeldzaamheid gebleven, ondanks dat de eerste hondjes reeds rond 1979 in ons land werden geïmporteerd.

spacer

Home

All content of this website, including graphics and materials for the backgrounds, have been created by Anita Samsom from scratch. Copyright © 2001 - 2018.

www.anitasamsom.com